ALARM

Alarm test discriminatie op huisvestingsmarkt

Het comité Alarm heeft de afgelopen maanden een test uitgevoerd naar rassendiscriminatie op de privé-huurmarkt. De resultaten bewijzen nog maar eens dat er op grote schaal gediscrimineerd wordt door verhuurders.

Alarm Brussel wordt al enkele jaren getroffen door een wooncrisis. Deze crisis treft in de eerste plaats de armsten. De stijgende prijzen op de privé-huurmarkt en het gebrek aan sociale woningen zorgen er voor dat het steeds moeilijker wordt om nog een degelijke en betaalbare woning te vinden in Brussel. In deze context werd het comité Alarm opgericht.

Alarm is een groep Molenbekenaars, vooral nieuwkomers van Afrikaanse origine, die zich verenigd hebben om op te komen voor hun recht op wonen. Zij komen regelmatig samen om deze problemen te bespreken en te analyseren, en om er actie tegen te ondernemen. Het comité wordt ondersteund door Buurthuis Bonnevie. Een van de thema’s die regelmatig terugkomen zijn de problemen die te maken hebben met discriminatie.

Een van de eerste acties van het comité, in 2002, was een telefoontest naar rassendiscriminatie. Toen stelden wij al vast hoe eigenaars reeds aan de telefoon, op basis van enkel een naam en een accent, mensen van vreemde origine uitsloten en hen geen kans gaven om de te huur staande woning te bezoeken. Nu, 7 jaar later, en ondanks een veranderde wetgeving, blijft het probleem voortbestaan.

Op internet en via de lokale advertentiebladen selecteerden wij 165 advertenties van te huur staande woningen. We selecteerden alle advertenties in het Brussels Gewest voor appartementen met 2 slaapkamers waarvan de huur niet hoger was dan 650 €. De test werd uitgevoerd tijdens zeven sessies in de periode tussen 15 april en 3 augustus 2009. Dit gebeurde door enerzijds leden van Alarm, en anderzijds een groep testbellers van Belgische origine. Beide groepen presenteerden zich, wanneer de verhuurder vragen stelde, met hetzelfde verhaal: koppel met 1 kind, man werkt en heeft een loon van 1500 €. De verhuurders werden eerst opgebeld door een van de leden van Alarm, die zich voorstelden met hun naam. Zij vroegen of de woning nog te huur stond en of het mogelijk was ze te bezoeken. Ongeveer een half uur later werd er opnieuw gebeld, dit keer door een testpersoon van Belgische origine, zonder accent, die zich voorstelde met zijn Belgische naam. Hij stelde exact dezelfde vragen, en gaf exact dezelfde antwoorden op eventuele vragen van de eigenaar. Wanneer de eerste beller te horen kreeg dat de woning verhuurd was of dat het niet mogelijk was ze te bezoeken (of dat hij later maar eens moest terugbellen, of dat er een optie genomen was, of dat het appartement nog niet bewoonbaar was), en de testbeller daarentegen wel een afspraak kreeg om de woning te bezoeken, dan was er een duidelijk vermoeden van discriminatie op basis van ras.

Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding trad op als waarnemer en heeft geholpen bij de uitwerking van een correcte methodologie van de test. In totaal werden 101 geldige tests afgenomen. Een aantal van de geselecteerde adressen bleek immers reeds verhuurd te zijn, of de verhuurders waren niet bereikbaar op het ogenblik van onze test. Op deze 101 geldige test werd er in 28 gevallen een ander antwoord gegeven aan de testbeller dan aan de beller van Alarm. In 28 % van de tests is er dus een duidelijk vermoeden van discriminatie bij de verhuurder op basis van de origine van de beller. Ook al heeft de test geen wetenschappelijke pretentie, omdat het staal niet representatief is, het cijfer is sprekend. 28% is veel, maar het cijfer toont slechts het topje van de ijsberg. Een afspraak krijgen om een appartement te bezoeken, of mogen deelnemen aan een groepsbezoek, is één ding. Het betekent allerminst dat men achteraf ook evenveel kans zal hebben om het appartement te kunnen huren als de blanke kandidaten. De discriminatie bij de toewijzing is echter moeilijk te testen. Het is heel moeilijk te bewijzen met welke argumenten een verhuurder rekening houdt om een woning aan de ene, dan wel aan de andere persoon te verhuren.

De leden van Alarm getuigen echter dat zij, bij hun zoektocht naar een woning, telkens weer dit soort discriminatie ervaren. Meer dan eens komen ze bijvoorbeeld op hun afspraak aan. Ze bellen aan, de verhuurder kijkt uit het raam en ziet dat het om een vreemdeling gaat. Ze krijgen niet eens de kans om de woning te bezoeken want prompt volgt, vanuit het raam, het antwoord “Sorry mijnheer, maar het appartement is al verhuurd.” Het is dus zeker niet zo dat “slechts” een vierde van de woningzoekers van vreemde origine gediscrimineerd wordt. In realiteit gaat het om een veel hoger percentage. Dit soort discriminatie, op basis van vooroordelen of van racisme, zorgt er voor dat een grote groep mensen in feite overgeleverd is aan huisjesmelkers die niet zo kieskeurig zijn, maar woningen van slechte kwaliteit aan veel te hoge prijzen verhuren aan wie geen andere keuze heeft.

Discriminatie bemoeilijkt niet alleen de zoektocht naar een degelijke woning, het is ook telkens weer een vernederende ervaring. Het is confronterend om steeds opnieuw te moeten ervaren dat je door veel medeburgers niet als evenwaardig wordt beschouwd. Tijdens onze test kregen we niet of nauwelijks te maken met openlijk racisme. Niemand zei “wij verhuren niet aan zwarten”. Waarschijnlijk realiseren de meeste eigenaars zich wel dat dit soort uitspraken strafbaar is. Dat is wellicht een verdienste van de anti-racismewetten. Maar om de discriminatie de wereld uit te helpen zijn deze wetten niet voldoende. De leden van Alarm ervaren vaak dat sommige verhuurders, uit onwetendheid of angst, er echt van overtuigd zijn dat ze bij huurders met een andere huidskleur meer risico lopen op wanbetaling of slecht onderhoud. Dit soort vooroordelen kan niet weggewerkt worden met wetten.

Door het onder de aandacht brengen van deze resultaten wil Alarm niet de huiseigenaars aan de schandpaal nagelen. De cijfers tonen dat vooroordelen en racisme nog alom tegenwoordig zijn, ook in een kosmopolitische en multiculturele stad als Brussel. Dat is waarschijnlijk niet alleen het geval voor de verhuring van woningen, maar voor alle domeinen van de maatschappij. Dit vormt een enorme hinderpaal voor een geslaagde integratie van vreemdelingen.

Om iets te doen aan de problemen die wij hier blootleggen is het dus belangrijk om vooroordelen en racisme bestrijden door permanente aandacht voor het probleem. Gerichte sensibiliseringscampagnes, in samenwerking met de eigenaars en de immobilliën-agentschappen, en in overleg met alle betrokken actoren, kunnen een eerste stap zijn. Er moet permanent, op alle niveaus en op alle terreinen, aandacht besteed wordt aan deze problematiek. Tegelijkertijd moet er verder werk gemaakt worden van een sociale huisvestingspolitiek. Eerst en vooral omdat er in het Brussels Gewest veel te weinig betaalbare woningen zijn voor mensen met een laag inkomen, van welke origine ze ook zijn. Bovendien betekent meer sociale woningen niet alleen meer betaalbare woningen, maar ook meer woningen die op een objectieve manier worden toegewezen.

01-10-2009

vzw Buurthuis Bonnevie - Maison de Quartier Bonnevie asbl
Bonneviestraat 40 - 1080 Molenbeek - T: 02 410 76 31 - F: 02 411 80 33